Waarom vrouwengezondheid nooit lineair had mogen worden bekeken

Er is een aanname die zelden wordt uitgesproken, maar die vrijwel alle medische besluitvorming stuurt: dat het lichaam zich gedraagt als een lineair systeem. Dat een oorzaak leidt tot een gevolg. Dat belasting en herstel elkaar min of meer in evenwicht houden. Dat variatie ruis is, en stabiliteit de norm. Binnen dat denkkader worden metingen gedaan, diagnoses gesteld en behandelingen ontworpen. Het is een logisch raamwerk, het is overzichtelijk en het heeft ons veel gebracht. Maar het is ook precies het raamwerk waarin vrouwengezondheid structureel vastloopt.

Lineair denken vraagt om een stabiel lichaam

Lineaire modellen functioneren goed wanneer een systeem zich voorspelbaar gedraagt, wanneer de respons op stress, voeding, slaap en belasting grotendeels constant is en wanneer herstelmomenten impliciet aanwezig zijn. Veel medische kennis is opgebouwd rond dat type lichaam. Maar het vrouwelijke lichaam voldoet niet aan die voorwaarden, niet omdat het ‘complexer’ is in de populaire zin van het woord, maar omdat het anders georganiseerd is. Het functioneert niet als een vlakke lijn door de tijd, maar als een ritmisch systeem met wisselende fysiologische staten.

De cyclus is geen detail, maar een organiserend principe

De menstruatiecyclus wordt in de geneeskunde vaak behandeld als een reproductief fenomeen. Relevant voor vruchtbaarheid, eventueel voor gynaecologische klachten, maar verder losstaand van algemene gezondheid. Dat is een fundamentele misvatting. De cyclus beïnvloedt hoe het lichaam omgaat met stress, pijn, trauma, ontsteking, glucose, slaap en cognitieve belasting. Het bepaalt wanneer een lichaam kan compenseren en wanneer niet. Wanneer herstel vanzelfsprekender is, en wanneer juist kwetsbaar. Dit betekent dat een vrouw niet elke dag in dezelfde fysiologische staat verkeert. Toch doen we alsof dat wel zo is. We meten op willekeurige momenten, we vergelijken met vaste referenties.,we behandelen zonder timing en wanneer klachten niet netjes binnen dat kader passen, noemen we ze inconsistent.

Variatie wordt aangezien voor instabiliteit

Wat gebeurt er als je een cyclisch systeem beoordeelt met een lineaire bril? Dan lijkt het lichaam grillig, dan lijken klachten te komen en te gaan zonder oorzaak. Dan lijken interventies soms te werken en soms niet. Maar wat we zien als inconsistentie, is in werkelijkheid fase-afhankelijk gedrag. Dezelfde prikkel kan op het ene moment draaglijk zijn en op het andere ontregelend. Niet omdat de vrouw verandert, maar omdat haar fysiologische context verandert. Het probleem is niet dat het lichaam wisselt. Het probleem is dat het model dat niet toelaat.

Wanneer timing ontbreekt, wordt herstel overschat

In een lineair model wordt herstel impliciet verondersteld. Er wordt uitgegaan van een lichaam dat na belasting vanzelf terugkeert naar een uitgangsniveau. Maar herstel is geen automatische functie. Het is een biologisch proces dat voorwaarden nodig heeft. Wanneer belasting zich opstapelt, wanneer stress chronisch wordt, wanneer slaap gefragmenteerd is en herstelvensters ontbreken, raakt het systeem uitgeput. Niet abrupt, maar geleidelijk. Bij vrouwen wordt dit vaak zichtbaar als een reeks ‘losse’ klachten; vermoeidheid, prikkelbaarheid, pijn, concentratieproblemen, cyclusveranderingen. Los bekeken lijken ze niet gerelateerd. Samen vertellen ze één verhaal: een systeem dat zijn ritmische buffering verliest.

De vergissing van gelijke behandeling

Gelijke behandeling klinkt rechtvaardig. In de praktijk betekent het vaak dat verschillen worden genegeerd. Wanneer vrouwen worden behandeld volgens modellen die zijn ontworpen voor een lichaam met een andere temporele organisatie, ontstaat er frictie. Niet meteen, maar consequent. Dat leidt tot een paradoxale situatie: hoe nauwkeuriger we meten binnen het verkeerde raamwerk, hoe zekerder we worden dat er “niets te vinden is”. En hoe langer vrouwen het gevoel krijgen dat hun ervaring niet klopt.

Psychologisering als noodoplossing

Wanneer een systeem geen biologische verklaring kan vinden, verschuift de duiding vaak richting psychologie, stress, persoonlijkheid en veerkracht. Dat is zelden kwaadaardig bedoeld, het is een logisch gevolg van een model dat zijn grenzen bereikt. Maar het heeft gevolgen. Het verplaatst het probleem van het systeem naar het individu. Het maakt klachten persoonlijk in plaats van fysiologisch. En het ontneemt vrouwen de taal om hun lichaam serieus te laten nemen.

Wat we missen, is geen data - maar samenhang

We hebben geen gebrek aan metingen. We hebben een gebrek aan integratie. We meten hormonen zonder context, we meten bloedwaarden zonder timing en we beoordelen klachten zonder ritme. Het resultaat is een gefragmenteerd beeld van een lichaam dat juist als geheel functioneert.

Een andere manier van kijken

Wat als we het lichaam niet langer zien als een machine die stabiel moet blijven, maar als een ecosysteem dat fluctueert? Wat als variatie niet wordt gezien als fout, maar als informatie? Wat als timing een primaire variabele wordt, in plaats van een bijzaak? Dan veranderen de vragen. Niet: waarom werkt deze behandeling niet altijd? Maar: wanneer kan deze behandeling wél werken? Niet: waarom reageert deze vrouw zo verschillend? Maar: in welke fase bevindt haar systeem zich?

De consequentie van blijven vasthouden

Zolang vrouwengezondheid wordt beoordeeld binnen een lineair kader, blijven we tegen dezelfde grenzen aanlopen. We blijven klachten reduceren, fragmenteren en her-labelen. En vrouwen blijven zich aanpassen aan een systeem dat hun lichaam niet begrijpt. Dat is geen tekort aan wetenschap, het is een tekort aan perspectief. Misschien is het tijd om niet langer te vragen hoe vrouwen beter in het model passen. Maar om te erkennen dat het model zelf aan herziening toe is.

Volgende
Volgende

Hoe kan het dat miljoenen vrouwen klachten hebben - en we het nog steeds ‘onverklaard’ noemen?