Het voelt alsof mijn lichaam niet meer bij mij hoort
Ze zei het op een toon die niet schreeuwde, maar wel alles zei.
“Ik weet niet hoe ik het moet uitleggen... het voelt alsof mijn lichaam niet meer bij mij hoort. Alsof het iets anders wil dan ik.”
Dat is een zin die ik vaker hoor, maar die meestal pas komt als het vertrouwen in het lichaam langzaam is verdwenen. Wanneer je van alles hebt geprobeerd - gezonder eten, supplementen, bewegen, therapieën - en nog steeds niet vooruitkomt. Het lijf blijft moe, opgeblazen, gevoelig of gewoon... anders.
Wat vaak volgt is een gevoel van vervreemding. Alsof je hoofd en je lichaam twee aparte systemen zijn geworden. Je denkt nog wel logisch, je weet wat ‘goed’ voor je is. Maar je lijf doet niet meer mee. Je krijgt het niet meer mee. Alsof het op slot zit.
Voor veel vrouwen ontstaat hier een pijnlijk patroon. Ze gaan compenseren, strenger zijn, alles controleren. Minder eten, meer bewegen, beter plannen, meer supplementen. Want als het lichaam niet vanzelf doet wat jij vraagt, dan móét je het toch helpen?
Maar wat als dat niet werkt? Wat als het juist averechts werkt? Wat ik vaak zie, is dat het lichaam zich stilletjes heeft teruggetrokken uit de samenwerking. Niet als verzet, maar als bescherming. Bij langdurige overbelasting, tekorten of stress zoekt het lichaam een manier om zichzelf te behouden. Het sluit zich als het ware af. Biochemisch gezien worden bepaalde receptoren minder gevoelig. Communicatie tussen hersenen en lichaam loopt anders, spierweefsel reageert trager, energieproductie stokt, ontstekingsgevoeligheid neemt toe. En het lichaam komt in een stand van overleven, niet van afstemmen.
Dan is het logisch dat jij je lichaam niet meer herkent. Het wíl niet afvallen, herstellen, energie leveren. Want het vertrouwt de situatie niet meer. En die reactie is niet dom, het is oud - oeroud. Je lichaam kiest voor behoud boven beweging. Voor veiligheid boven flexibiliteit. Herstellen begint dan niet bij ‘doen’, maar bij ruimte maken. Bij het herstellen van vertrouwen - in beide richtingen.
Jouw lichaam heeft nooit tegen je gewerkt. Het heeft geprobeerd je te beschermen wat er nog te beschermen viel. En zodra jij dat ziet, komt er weer ruimte voor samenwerking. De eerste stap? Niet harder, niet meer, niet strenger. Maar zachter, langzamer. En met de bereidheid om weer te luisteren, ook al heb je het even niet meer gehoord.