Hoe kan het dat miljoenen vrouwen klachten hebben - en we het nog steeds ‘onverklaard’ noemen?

Er is een vraag die zich steeds moeilijker laat negeren. Hoe kan het dat miljoenen vrouwen wereldwijd kampen met terugkerende klachten - lichamelijk, cognitief, emotioneel - en dat we deze nog steeds aanduiden als onverklaard? Onverklaarde pijn, onverklaarde vermoeidheid, stemmingsveranderingen, cyclusverstoringen. Onverklaarde uitputting, concentratieproblemen, overprikkeling, burn-out. Het woord suggereert een gebrek aan kennis. Maar misschien verraadt het iets anders: een gebrek aan het juiste denkkader.

Het ongemakkelijke patroon

Wanneer één individu klachten heeft die we niet kunnen plaatsen, spreken we van een uitzondering. Wanneer miljoenen vrouwen dezelfde patronen laten zien, vaak in specifieke levensfasen, vaak cyclisch, vaak verergerend onder stress - en we dit nog steeds niet kunnen duiden, dan is dat geen toeval meer. Dan is het een systeemprobleem, en toch blijven we zoeken naar verklaringen op het niveau van losse onderdelen. Een hormoon, een neurotransmitter, een afwijkende score. We isoleren, meten, vergelijken met gemiddelden en concluderen vervolgens dat er “niets mis” is. Voor de vrouw die elke maand uitvalt, die zichzelf niet meer herkent, die voelt dat haar lichaam haar in de steek laat, is dat geen geruststelling. Het is een ontkenning.

Het stille axioma van de geneeskunde

De moderne geneeskunde is gebouwd op een impliciete aanname: dat het lichaam zich lineair gedraagt. Dat een oorzaak leidt tot een gevolg. Dat belasting en herstel min of meer constant zijn. Dat variatie ruis is. Dat model heeft ons ongelooflijk veel gebracht. Maar het heeft ook een blinde vlek gecreëerd. Want het vrouwelijke lichaam functioneert niet lineair. Het functioneert cyclisch, fase-afhankelijk en contextgevoelig. Dat is geen nuance. Dat is fundamenteel.

Wat gebeurt er als je een cyclisch systeem lineair beoordeelt?

Dan lijkt het lichaam inconsistent,  lijken klachten grillig, vallen symptomen net buiten het meetmoment. Zijn bloedwaarden “normaal”, terwijl de draagkracht structureel wordt overschreden. Wat in werkelijkheid een ritmisch systeem is, wordt gezien als instabiel. Wat een adaptieve respons is, wordt gezien als disfunctie. Wat een gebrek aan herstel is, wordt vertaald naar psychologie. Niet omdat de vrouw faalt, maar omdat het model haar niet kan lezen.

De vergissing van ‘normaal’

Veel vrouwen krijgen te horen dat hun waarden binnen de referentie vallen. Dat hun klachten niet verklaard kunnen worden. Dat ze moeten leren leven met hoe het is. Maar referentiewaarden zijn statistische constructen. Ze zeggen iets over populaties, niet over veerkracht, niet over timing, niet over herstelcapaciteit. Een lichaam functioneert niet op gemiddelden. Het functioneert op samenhang. Wanneer die samenhang verloren gaat - door chronische stress, door onvoldoende herstel, door continue belasting zonder cyclische compensatie - dan ontstaan klachten. Niet ineens, maar geleidelijk. Niet chaotisch, maar volgens een patroon dat we niet geleerd hebben te zien.

Waarom vrouwen hier extra kwetsbaar zijn

Het vrouwelijke lichaam kent natuurlijke fluctuaties in energie, immuunactiviteit, stressrespons en neurologische prikkelverwerking. Dat is geen zwakte. Het is biologie. Maar het betekent wel dat wanneer herstel structureel tekortschiet, de gevolgen zich sneller en zichtbaarder manifesteren. Niet omdat vrouwen minder kunnen verdragen. Maar omdat hun systeem gevoeliger is voor verstoring van ritme. Wanneer je een dergelijk systeem dwingt te functioneren alsof elke dag gelijk is, ontstaat er frictie. Eerst subtiel, daarna voelbaar en uiteindelijk ontregelend.

Symptomen als systeemtaal

Wat wij symptomen noemen, zijn geen defecten. Het zijn signalen, signalen dat het systeem te lang op reserve draait. Dat herstelvensters ontbreken, dat timing verloren is gegaan. Pijn is geen fout, vermoeidheid is geen luiheid. Stemmingsveranderingen zijn geen karakterprobleem. Het zijn vormen van systeemtaal, van een lichaam dat zich aanpast aan omstandigheden waarvoor het niet ontworpen is.

De vraag die we niet durven stellen

Misschien is de echte vraag niet: “Wat mankeert deze vrouw?” Maar: “Wat zien we structureel niet?” Wat als deze klachten niet onverklaard zijn, maar juist perfect verklaarbaar binnen een ander raamwerk? Wat als het probleem niet zit in de complexiteit van het vrouwelijke lichaam, maar in de eenvoud van het model waarmee we het proberen te begrijpen? Dat is geen aanval op de geneeskunde, het is een uitnodiging tot herziening. En misschien, heel misschien, is het tijd dat we eindelijk leren luisteren naar wat deze lichamen ons al jaren vertellen.

Vorige
Vorige

Waarom vrouwengezondheid nooit lineair had mogen worden bekeken

Volgende
Volgende

We leven niet in een tijd van meer ziekten