Over medicatie bij PMDD - in een breder herstelperspectief
Wanneer vrouwen leven met PMDD, ervaren zij vaak ingrijpende emotionele en mentale veranderingen in de luteale fase van hun cyclus. Stemmingswisselingen, prikkelbaarheid, somberheid en innerlijke onrust kunnen het dagelijks functioneren sterk beïnvloeden. Voor sommige vrouwen bieden leefstijlinterventies, therapie en begeleiding voldoende verlichting. Voor anderen wordt medicatie een noodzakelijke ondersteuning.
Selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI’s) behoren tot de meest gebruikte medicamenteuze behandelingen bij PMDD. Ze kunnen de intensiteit van emotionele symptomen verminderen door de beschikbaarheid van serotonine in de hersenen te verhogen en daarmee de gevoeligheid voor hormonale schommelingen tijdelijk te dempen.
Ik zie SSRI’s daarom niet als “verkeerd” of “zwak”. Voor veel vrouwen zijn ze een waardevol hulpmiddel om stabiliteit terug te krijgen in een periode waarin het systeem onvoldoende draagkracht heeft.
Tegelijkertijd zie ik in de praktijk iets belangrijks: medicatie verandert de expressie van klachten, maar herstelt niet automatisch het onderliggende regulatiesysteem. Het lichaam leert daardoor vaak niet opnieuw hoe het zichzelf kan reguleren, maar hoe het minder heftig mag reageren. Dat verschil is subtiel, maar essentieel.
Bij sommige vrouwen werkt medicatie goed en langdurig. Bij anderen is het effect beperkt, wisselend of tijdelijk. En bij weer anderen ontstaan bijwerkingen of een gevoel van emotionele afvlakking. Dat is geen toeval, maar een signaal dat elk lichaam zich in een andere mate van herstelcapaciteit bevindt.
Ik geloof daarom dat de vraag niet alleen moet zijn: “Werkt deze medicatie?”
maar ook: “In welke staat bevindt dit systeem zich om te kunnen herstellen?”
Wanneer een lichaam nog voldoende regulatievermogen heeft, kan medicatie een waardevolle ondersteuning zijn. Wanneer dat vermogen verder is afgenomen, vraagt herstel om meer dan alleen chemische modulatie.
Daarom zie ik medicatie niet als eindpunt, maar als mogelijke ondersteuning binnen een breder herstelproces. Niet als oplossing op zichzelf, maar als tijdelijke draagkracht terwijl het lichaam opnieuw leert reguleren.
Mijn uitgangspunt is altijd: medicatie mag helpen, maar herstel vraagt om het lichaam zelf. En precies daar begint voor mij het echte werk.