De Kern
De kern is dit: vrouwenlichamen zijn cyclisch. Dat betekent dat ze ritmisch bewegen, dat ze voortdurend reageren op hormonale verschuivingen en dat ze een herstelvenster hebben dat meebeweegt met de cyclus. Wanneer dat herstelvenster ruim is, verlopen schommelingen soepel en voelt het lichaam veerkrachtig aan, maar wanneer het vernauwd raakt, worden diezelfde schommelingen
zwaarder en merk je als vrouw dat wat eerst draagbaar was, nu meer energie kost en dieper binnenkomt.
Er zijn vele studies gedaan. Wanneer je al deze studies naast elkaar legt, zie je eerst veel verschillen in focus. De ene onderzoeksgroep kijkt naar het afweersysteem en ontstekingsreacties, een andere naar hormonale verstoringen, en weer anderen onderzoeken stress in de cellen, veranderingen in energieproductie of veranderingen in de structuur van het weefsel zelf. Op het eerste gezicht lijkt het alsof iedereen iets anders onderzoekt. Maar wanneer je ze samen leest, ontstaat er geen verwarring, er ontstaat samenhang. Wat al deze studies beschrijven, is een lichaam dat in een soort voortdurende waakstand blijft staan: het afweersysteem start een ontstekingsreactie om te beschermen, maar rondt die niet goed af; bepaalde afweercellen blijven actief; ontstekingsstoffen blijven verhoogd; en het natuurlijke moment waarop het lichaam normaal gesproken weer tot rust komt, werkt onvoldoende.
Tegelijkertijd verliest progesteron, het hormoon dat normaal helpt om rust en balans te brengen, een deel van zijn remmende werking. De hormonale rem werkt niet optimaal. Oestrogeen kan plaatselijk sterker worden en opnieuw ontsteking stimuleren, waardoor er een kring ontstaat waarin ontsteking en hormonen elkaar blijven aanjagen. Op energieniveau zie je dat het weefsel overschakelt naar een stressstand: cellen gaan sneller suikers verbranden, er ontstaat meer melkzuur en de energiefabriekjes in de cellen raken uit balans. Dat wijst niet op slap of passief weefsel, maar op weefsel dat voortdurend “aan” staat. Ook de structuur verandert: het steunweefsel rondom de cellen wordt opnieuw opgebouwd, het weefsel krijgt eigenschappen die het actiever en indringender maken, en het past zich aan voortdurende prikkeling. En dan is er pijn, die niet altijd past bij wat er zichtbaar is. Dat betekent dat ook het zenuwstelsel gevoeliger wordt en sneller signalen van pijn doorgeeft.
Wanneer je dit geheel overziet, zie je geen losse problemen maar een patroon: ontsteking die niet goed wordt afgerond, hormonen die hun natuurlijke terugkoppeling verliezen, energie die in een voortdurende stressstand blijft, structuur die zich aanpast aan langdurige prikkeling en zenuwen die gevoeliger worden. Dat is geen klein of plaatselijk probleem, dat is een systeem dat zijn regulatie verliest. De literatuur gebruikt daar verschillende woorden voor blijvende ontsteking, verminderde werking van progesteron, verstoring in de celbalans, verandering in energiegebruik, herbouw van weefsel, maar samen beschrijven ze hetzelfde proces: een lichaam dat zijn evenwicht niet meer vanzelf terugvindt. En dat verklaart ook waarom een operatie niet altijd definitief is, waarom hormoontherapie soms helpt maar niet bij iedereen, en waarom pijn niet altijd evenredig is aan wat artsen kunnen zien, want wanneer de onderliggende regelkringen blijven bestaan, kan het patroon zich opnieuw vormen.